Het zoet van de zege heeft soms een bijsmaak. De winstpartij op Jan Bron in de laatste competitieronde proeft bijna bitter. Want ik ben het liefst kampioen met 2 punten voorsprong na allemaal regelmatige partijen.

Aanvankelijk viel het mee met die slechte nasmaak, want die spoelde ik na die laatste ronde weg met veel bier. Omdat die voorsprong groeide van anderhalf naar twee punten en omdat ik mijn kansen direct na de partij nog overschatte.

Fritz 11, die in een tiende seconde beter analyseert dan ik in een uur, bracht me thuis tot inkeer. Mijn stellingcompensatie voor een geofferde paard (een desperado) was te klein. Maar niet te veronachtzamen, want wit moest ook zonder blunder nauwkeurig spelen.

Stelling na 20. ... ; Ld7-c6 (zie diagram).

Jan speelde hier 21. Lc1 en na Dxe1 was het gewoon afgelopen. Normaliter zeg ik gewoon: dankje. Winnen door een kleine fout of blunder van de tegenstander? Wat maakt het uit. Ik zoek nu eenmaal graag de complicaties en die zijn wederzijds vatbaarder voor grote fouten dan voorzichtige strategiepartijen.

Maar Jan, die knokte voor een kans om het eerste team nog te halen en bloed rook, had die zet eerst niet eens in overweging genomen. Hij twijfelde tussen 21. Tbd1 en 21. Pb3. De laatste zet is het actiefst en waardeert Fritz met vier voordeelpunten (ongeveer vergelijkbaar met twee pionnen). Bij de eerstgenoemde keuze gooit wit het voordeel grotendeels weg: 21 Tbd1 Td5 22. Pb1 (echt, Fritz heeft altijd gelijk) b6 en het witte voordeel is geslonken tot minder dan een 'Fritz-punt'.

We zullen het betere verloop van de partij nooit weten omdat tijdens de overpeinzingen van Jan bij ons bord twee clubgenoten moppen gingen tappen. Vele decibellen boven het normale geroezemoes.

Voor de goede orde: bij schaakrust op onze club hoeft niet de stilte van het kerkhof te heersen, hoor. Geluid in en buiten de zaal kabbelen altijd in golfjes voorbij. Als het maar niet op een kleine branding gaat lijken.

Jan en ik protesteerden in koor, vertelden bijvoorbeeld dat je moppen moet tappen bij de tap van Leo.

Vergeefs. Nou ja, de heren verwijderden zich wel enkele stappen, maar werden steeds luider. Voor deze gelegenheid was een lekker langdradige witz geselecteerd. De clou over een Parkinson patiënt duurde en duurde en duurde maar, want die telde drie bedrijven.

Ik voelde mee met Jan. Ik heb het ook een keer meegemaakt in een bondswedstrijd, thuis nota bene. Naast me vergat een teamgenoot na een verrassende zege dat er nog partijen gaande waren. Bij een tweede verzoek om rust of om elders te gaan analyseren slikte ik nog net 'donder op ... ' in. Nog steeds betreur ik die schaakvriendschappelijke geremdheid.

Op dat moment ben je niet meer uit concentratie door geluiden. Je baalt omdat je je genegeerd voelt, na een uiterst redelijk verzoek. Ik maakte in een vergelijkbaar gecompliceerde (en voor mij nagenoeg gewonnen) stelling net zo'n grote blunder als Jan op 19 mei. "De enige van de tien zetten die fout was, na alle andere stond je nog steeds gewonnen", zeiden twee toeschouwers later over mijn misère.

"Zelfs de schaakcomputer zou bij zo'n stelling roepen: klep dicht!", grapte Jan de teleursteling een beetje weg. Waar ik last had van ontspoord enthousiasme naast mijn bord, waren de moppentappers nogal relaxt. Je zou dan redelijkheid mogen verwachten. Misschien hebben ze onze verzoeken om schaakrust in acht te nemen helemaal niet genegeerd. Misschien, bedacht ik thuis, vergaten ze die gewoon, waren ze geïnspireerd door de mop.

Want Parkinson tast het kortste termijngeheugen het eerste aan.


Gerard Bons.

stap terug
terug