De stelling hiernaast, nou ja, ongeveer deze stelling, herinner ik me in de beslissende partij Klomp-De Vries of De Vries-Klomp. Wel een beetje curieus, hè, een stelling uit een niet genoteerde rapidpartij analyseren zonder je duidelijk te herinneren wie wit en wie zwart had. Toch waag ik me daaraan. Zelf was ik al klaar met mijn pot en kon me prima concentreren op de ter zake doende posities.

Zelfs dan kunnen bijkomstigheden, zoals de kleur, aan mijn geheugen ontglippen. Omdat ik het partijslot over de schouder van Wobbe volgde, heb ik Bert de zwarte koning op a8 toegekend. Het zou zomaar kunnen zijn dat hij met wit speelde en met zijn monarch na een korte rochade naar h1 was gestapt. Dan stonden dus alle stukken in verwisselde kleur op een bord, dat een halve slag was gedraaid.

Nogmaals: een bijkomstigheid. Na de eerste zet telt alleen nog de samenhang tussen de stukken. De belangrijkste samenhang in deze stelling is de matdreiging op c8 (of f1). Die bestond ook in een hieraan voorafgaande gecompliceerde stukkenruil van drie, vier zetten. Toen hoopte ik nog op een blunder van de bovenliggende partij, wat tot een beslissingsdriekamp zou leiden, met mij erbij. Wobbe stond schaaktechnisch weliswaar meer verloren, maar vanwege het vele materiaal op het bord had hij serieuze tegenkansjes. Als hij toen remise had aangeboden, was Bert verplicht geweest om dat gretig te accepteren en de bekerwinst 'veilig te stellen'. Een gelijkspel was voldoende.

Toen de rookwolken waren opgetrokken en de diagramstelling was ontstaan, was die bekerwinst inmiddels veiliggesteld. Wobbe kon wel grinniken, met een mengsel van teleurstelling en faire acceptatie omdat die simpele verdediging van veld c8 met die zwarte dame nu eenmaal onaantastbaar was. De nederlaag achtte ik onafwendbaar, want hij had nog maar 18 seconden op de klok, Bert nog vijf minuten. Toch probeerde Wobbe een remiseaanbod. Een honende reactie was op zijn plaats geweest. Het is niet de stijl van Klomp om sportieve rivaliteit aan te scherpen, maar ik rekende wel op een gemompeld 'nog even verder proberen'.

Bert ging akkoord, vergooide zijn kans om de bekerwinst met een voor 99 procent zekere honderd procent-score extra glans te geven. En Wobbe schepte nog op ook: "Ik heb toch een vesting! Oh ja, ik heb niet zoveel tijd meer, maar ik sta niet verloren." Correcte schaakanalyse maar geneuzel in deze partij. Omdat naast die moeizaam verdedigbare materiële achterstand ook een tijdverschil van een lichtjaar bestond. Na elke witte snelschaakzet van een seconde had Bert vijftien seconden voor het vervolg op dit uiterst overzichtelijke strijdtoneel.

Wie zo'n gigantisch tijdnadeel laat ontstaan zonder een echt winnende stelling te creëren, moet verplicht een nul aan de broek te krijgen. Met simpel b7-b5 is het 'matje' eruit en ook Ka8-b8 is goed genoeg. Zelfs de blunder Df5-a5+; Tc4-a4; Da5xa4 is winnend omdat wit ruim twintig zetten nodig heeft om de zwarte pion te rapen, te promoveren en mat te zetten. Dan moet je elke zet in driekwart seconde de Elo 2200-zet van Fritz 11 vinden.

"Elk risico uitsluiten", was het commentaar van Bert toen hij dat halfje weggaf. Huh? Na zo'n avond in een bloedvorm vol bravoure? Dit lijkt op een bergbeklimmer, die de noordwand van de Eiger heeft bedwongen en hoogtevrees krijgt op de Holterberg.

Gerard Bons

PS. Het wordt tijd dat anderen anderen eens plagen, kietelen, provoceren in het clubblad.

stap terug
terug