Excuses, clubgenoten, duizend keer, omdat ik tegen jullie veel beter speel, heel veel beter, dan buiten de interne competitie. Lang genoeg getwijfeld, maar ik heb nu drie, eigenlijk zelfs vier aanleidingen om dit te erkennen.

Het begon met het Nederlands Kampioenschap voor Journalisten, onderdeel van het Corus Toernooi. Meestal eindig ik in de middenmoot, soms 3,5 uit 6, een enkele keer 4-6. De twee afgelopen jaren 2-6. Laatste keer twee makkelijke punten op de bodem van deze Zwitserse competitie, maar mijn prestatie rating moet rond de 1450 schommelen.

Toen ik 0-3 had, vroeg een galbak wat die Twellose Schaakclub voor huiskamergezelschap moest zijn. Sja, een onbenullige maat, pardon, een fantastische vriend in een onbenullige bui, had bekend gemaakt dat ik koploper was in onze competitie.

Liefst had ik de spot rechtgezet met formidabele partijen in het eerste. Ook een mislukking: 4-7. Niet zo erg als in Wijk aan Zee, maar te weinig voor een team met kampioensaspiraties en zeker te weinig voor de interne koploper, die toen nog aan bord drie speelde.

En dan de droefenis van die zomeravondcompetitie. Eerst het grootste drama.

Ruud Merza - Gerard Bons
1.e4 e5 2.Lc4 Pf6 3.Pc3 Lc5 4.Df3 d6 5.Pge2 Lg4 6.Dg3 Pc6 7.d3

7... Dd7???

Gruwelijk. Ik had een gemiddelde bedenktijd van 2-3 minuten gebruikt, maar vrijwel direct nadat ik de klok had ingedrukt, zette ik die drie vraagtekens op mijn notatiebiljet.

8.f3 Pb4 9.Kd1 Lh5 10.Dxg7 Tg8 11.Dxf6 Txg2 12.a3 Pc6 13.Pg3 Lg6 14.Dh8+ 1-0

Ik had een week eerder al ontdekt dat ik nog moet wennen aan dat kroegschaken in de volgende partij.

Gerard Bons - Hans de Vos
1.e4 c5 2.Pf3 a6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pc6 5.c4 d6 6.Pc3 g6 7.Le3 Lg7 8.Pd5 e6 9.Pxc6 bxc6 10.Lb6 Dh4 11.Pc7+ Ke7 12.Pxa8 Lxb2

Fantastisch toch! Met consoliderende zetten moest wit al winnen, maar Fritz 11 maakt het hier al direct uit: 13 Ld8+!!
Mat in zeven zetten of dameverlies. Schoonheid in simplisme. Jammer dat onze grijze cellen zoveel meer tijd nodig hebben om te leren, zien en begrijpen dan de microprocessors. Ik zette voort met:

13.Ld3 Lc3+ 14.Ke2 Lxa1 15.Dxa1 Pf6 16.e5 Dh5+ 17.f3 dxe5 18.Lc7 Pd7 19.g4 Dg5 20.Dc1 Df6 21.g5 Dg7 22.Da3+ Ke8 23.Tb1 f5 24.Pb6 e4

Weer een kans voor een knock-out: 25 Pxc8 fxe3 26Dxe3 en alle stukken staan zo fantastisch, dat Fritz wit vijftien pluspunten toekent. Helaas ging IK NU modderen.

25.fxe4 Pxb6 26.Lxb6 De5 27.Dc5 Dxh2+ 28.Kd1 Ld7 29.La7 Kf7 30.Tb7 Td8 31.Dxc6 Dh5+ 32.Kc2 Ke8

De fout verklap ik dadelijk, want het is leuker eerst de betere zetten te bekijken. Hans, enkele omstanders en ik hebben alleen 33 Dc7 voor wit serieus geanalyseerd. Wij constateerden dat de risico's van eeuwig schaak en zelfs mat voor wit groot zijn als er niet nauwkeurig wordt gespeeld.

Na 33 ... fxe4 34 Lf1 dacht Fritz er ook zo over: twee punten (pionnen) voordeel, maar het vergt de nauwkeurigheid van het siliconenbrein om de buit binnen te halen. De schaakcomputer zag natuurlijk wel binnen een kwart seconde de beslissing, die we met zijn vieren over het hoofd zagen.

Vanuit het diagram:
33. Txd7 Dh2+ 34 Kb3 (Le2 is ook goed) Txd7 35 Dc8+ en uit.
Weer een guillotine voor zwart.

Helaas, ik speelde 33 Dd6 en gaf op na La4+. Ik kan nog een beetje boos worden over een soort excuusje van Hans. Ik deed dit helemaal mezelf aan.

Het domste was dat ik ergens omstreeks zet 20, toen mijn denksportieve gezwoeg nog vruchtbaar was, een luidruchtige conversatie naast onze terrastafel poogde te temperen. Rumoer bij caféschaak moet kunnen, besefte ik, maar wilde een grens stellen. Een te kritische grens, blijkbaar, want de luide kout bleef en Eddie trok een frons als een ravijn.

Toen ik zo blunderde waren we naar binnen verhuisd en heerste aan ons tafeltje de stilte van een water met een peilloos diepe grond. En de pot tegen Ruud was te vroeg klaar voor veel rumoer. Met uitzondering van een enkele megafoon(stem) naast mijn oor ga ik gewoon wennen en kom terug met 3-3 in de laatste ronden.

Gerard Bons

stap terug
terug