Het kan zo frustrerend zijn: een offerkans zien om na enig rekenwerk te concluderen dat het geen winnende compensatie oplevert. Dat overkwam me drie keer achter elkaar in de externe competitiewedstrijd tegen Gerard Burgers, Twello 1 - Pallas 3 op 12 oktober. De partij staat (inclusief varianten, red.) al in de databank van deze site, maar voor de volledigheid hier de notatie tot het essentiële moment.

1.e4 d5 2.exd5 Dxd5 3.Pc3 Dd6 4.Pf3 Pf6 5.Pb5 Db6 6.a4 a6 7.Pc3 Lg4 8.a5 Dd6 9.Le2 Pc6 10.0-0 e6 11.b3 0-0-0 12.Ta4 Dd7 13.d4 Lb4 14.Lb2 Lxa5

Meteen keek ik verlekkerd naar een offer op a6 en berekende: 15.Lxa6 bxa6 16.Dd3 Kb7 17.Tfa1 Met alle zware stukken gericht op de koningsstelling. Helaas, onvoldoende omdat die loper nog in de weg staat en de zwarte toren tijdig op a8 gaat meeverdedigen.

15 Da1 Lxc3

Hier kon ik direct zien dat met de loper op a6 slaan heilloos was. Wel onderzocht ik serieus: 16.Txa6 Pb8 17.Ta8 Lxb2 18.Da7 Dd6 en de koning ontsnapt terwijl wit twee stukken investeerde. Overigens leerde Fritz me dat dit voor wit niet hopeloos is omdat zwart ook twee stukken gaat verliezen. Daarom geef ik deze ene analyse heel diep weer: 19.Txb8+ Kd7 20.Pe5+ Ke7 21.Txd8 Txd8 22.Pxg4 Pxg4 23.Lxg4 en materieel gelijk. Na 23 ... Dxd4 24.Dxd4 Txd4 heeft zwart wel heel veel beter stukkenspel.

16 Lxc3 Lxf3

Het werd bijna een obsessie, want voor de derde keer ging ik rekenen op a6. Hier kon ik kiezen uit een loper- en een torenoffer. Omdat in beide gevallen sprake was van een dubbel offer, maar hoopte op een mataanval, verzoop ik bijna in de varianten.

Ik zag het na een kwartier niet meer zo precies, behalve dat het met de matzet niet ging lukken. Intu´tief besloot ik gewoon de ruil op f3 te voltooien, Fritz gaf me gelijk:
A. 17.Lxa6 bxa6 18.Txa6 Le2 19.Ta8 Pb8 en de gehoopte matzet op a6 met de dame kan niet omdat die irritante loper dat veld dekt.
B. 17.Txa6 Lxe2 18.Ta8+ Pb8 19.Da7 Dc6 en weer kan de koning ontsnappen, terwijl wit nu definitief een stuk achter blijft.

17 Lxf3 Pd5

Gelukkig! Als zwart hier 17 ... Dd6 had gespeeld, was met een ventiel op d7 de offeraanval verkeken. Dan kon hij met een pluspion op winst spelen, temeer omdat ik inmiddels minstens drie kwartier investeerde in de eerste drie 'schijnkansen' en behoorlijk achter stond in tijd. Dankzij de paardzet ging ik voor de vierde keer rekenen. Inmiddels was ik wel 'ingespeeld' op de (on)mogelijkheden van slaan op a6, zodat ik binnen twee minuten mijn besluit nam:

18. Txa6

En nu moest de andere Gerard tijd investeren. Om tenslotte te kiezen voor:

18 ... Dd6

Te laat het ventiel geopend. Slaan was nu kansrijker voor zwart omdat de winstvoering daarna nog behoorlijk moeilijk is en wit zich geen zwakke zetten kan veroorloven. Fritz ziet als optimale variant:
18 ... bxa6 19 Dxa6+ Kb8 20 Ta1 Pb6. Allemaal gedwongen, waarna 21. b4 en nog beter 21. Lb4 een van de verdedigende paarden dreigt te elimineren. Maar had ik dat met nog maar een kwartier bedenktijd gevonden? Een inmiddels oninteressante vraag.

Toen zwart het offer weigerde, ontstond een strategisch geschuif. Materieel gelijk, maar het witte loperpaar kon zich optimaal manifesteren op een bord zonder in elkaar geschoven pionnenketens. Verder staat de zwarte koning op de tocht. Ik kon probleemloos de open a-lijn cadeau doen omdat de andere stellingkenmerken veel belangrijker bleken; in het voordeel van wit.

19.Ta8+ Kd7 20.Txd8+ Txd8 21.Ld2 Pb6 22.c3 Ta8 23.Db2 Da3 24.Dc2 Da2 25.Dd3 Ke7 26.Lg5+ f6 27.Le3 g6 28.d5

28 ... e5

Blunder in verloren stelling. Omdat andere Gerard negen zetten lang aan veel meer complicaties het hoofd moest bieden, was mijn achterstand in tijd inmiddels nagenoeg ingelopen.

29.dxc6 1-0


Gerard Bons

stap terug
terug