Dertig jaar geleden werd mij door een ouwe (zo voelde ik dat toen) 58-jarige journalist de huid vol gescholden omdat ik voor een weekblad een paar foto’s had gemaakt. Ze waren matig, maar daar ging het niet eens om. Broodroof was het. Waar gaan we heen met de maatschappij als wijd en zijd amateurs het professionele werk verdringen.

Toen ik drie jaar geleden 58 werd, kregen alle redacteuren van De Stentor een hoogwaardige mobiele telefoon (Nokia N95, destijds het summum) met uitstekende foto- en video-eigenschappen. Alleen de digitale zoom ontbrak en daarom fotografeer ik vanaf het begin met een compacte camera. Omdat ik me dat verwijt uit 1980 wel had aangetrokken, fotografeerde ik eerst met tegenzin. Ondertussen heeft De Stentor bijna twee keer zoveel ‘beeld’, onder andere met veel kleine fotootjes bij grotere verhalen. Draag ik graag mijn steentje aan bij, terwijl de free-lance fotograaf nog steeds voldoende opdrachten krijgt. Wat dit met schaken te maken heeft? Welnu, met onderstaande partij

John van der Wiel - Gerard Bons

Uit schaakhonger speelde ik een tweede partij in de jubileum-simultaan, nadat ik in de eerste pot snel was weggedrukt en de misvatting koesterde dat de tweede beter zou gaan.

1 d4 f5 2 Lg5 Pf6 3 Lxf6
Zie diagram.

Ik had bewust gekozen voor een mogelijke dubbelpion om zo het loperpaar te krijgen. In een normale partij met klok ga je direct rekenen, had dan wellicht (!) ontdekt hoe gevaarlijk de opening op veld f7 was. Nu ging ik ronddrentelen, meende dat een kleine minuit, dus vanaf halverwege de rondgang van de simultaanspeler, voldoende was. De afkeer van gebrek aan controle over bedenktijd en concentratie speelde voor de zoveelste keer op.

Toen Van der Wiel opeens in de buurt kwam, koos ik maar de pionbeweging naar binnen, ooit gelezen dat dat het beste is bij gelijkwaardige keuze:

3 ... gxf6 4 e4

Hoe eenvoudig!!! Een trapezewerkster dreigt naar h5 te slingeren. Met de loper naar g7 voorkwam ik een acuut einde, maar mijn stelling was niet te repareren.

Niks gelijkwaardig keuze om op f6 te slaan dus. Volgens Fritz is de stelling na exf6 nagenoeg gelijk. Ik was behoorlijk pissig op mezelf, maar thuis gekomen lachte ik erom.

Ik herinnerde me weer een superlollige werkdag. Ik maakte mijn achtste fillumpie. Videootje zogezegd. Op mijn zestigste kreeg ik te horen dat alle schrijvende journalisten van De Stentor met hun telefoontje ook nog videootjes moeten maken. Als aardigheidje voor de bezoekers van de site. Driekwart jaar geaarzeld. Het visueel fantastische omver halen van een fabrieksschoorsteen maakte een einde aan alle twijfel. Gebeurt niet meer met een plof, maar met slijptollen die kerven maken in het baksteen, als bijlen in een boom. Ik vond een soort schuttersputje op de plek waar het gevaarte naartoe viel, maakte een bijna perfecte opname van die drie, vier seconden die nooit meer over kunnen.

Ik heb die hele 14de december geen seconde aan de simultaan gedacht toen ik bezig was met een video van tachtig seconden. Begint wazig (maar misschien ook stemmig) door heel veel sneeuw, maar eindigt in een soort contradictie.

Fillumpie!

Een beetje industrieel, die vlammetjes, maar dragen dezer dagen bij mij toch bij aan een kerststemming. Zes scènes in zo’n kort beeldverslag. Ruim twee uur bezig geweest met vijftien shots. Onder andere om voor te kauwen wat die houtsnippersgids zoal moest zeggen. Eerste scènes het laatste opgenomen. Net een regisseur.

Moest trouwens ook nog interviewen en wat foto’s maken. ’s Middags het schrijfwerk, shots verzenden, overleg over montage en internettekst en ander gedoe. Al heeft de digitaliteit het camerawerk fantastisch vergemakkelijkt, daaraan zijn in de verwerking zoveel ellendige computerprocedures gekoppeld, die niet besteed zijn aan een zestiger. Ging steeds moeizamer in de loop van de middag.

Voor Sallandse editie van dinsdag, en de Deventerse van zaterdag, bleek later.

Ach, clubgenoten, mijn creativiteit was die avond gewoon gedoofd. Was ook te ver weg om te beseffen dat ik niet aan een tweede pot had moeten beginnen. Maar de hele dag overziende kan dat bijna-narren-mat mij niks meer bommen.


Gerard Bons

PS. In de vier keren dat ik nog voor het team speel, weiger ik die dag een fillumpie te maken.

stap terug
terug