Wat een gruwelijk pak slaag van die Zutphenaren: 1-7! Nota bene thuis! En laat ik meteen met de verklarende deur in huis vallen: te weinig discipline en rust, teveel gezwam. In elk geval van twee spelers, waartoe ik mijzelf ook reken. Met de anderen hield ik me niet bezig, maar het leek me voor hen niet opbeurend dat iemand in negen zetten een totaal gewonnen stelling creëerde en die in de volgende negen totaal verklootte.

Al jaren protesteer ik tegen oordelende conversaties met derden, vooral als anderen een mening opdringen. Te vaak liet ik aanmerkingen achterwege om meer onrust te voorkomen. Afijn, laat ik een en ander illustreren met de shitpartij.

Gerard Bons - Nagib Zafari
1 e4 - e6 2 d4 - d5 3 e5 - Pe7 4 Lg5 - h6 5 Ld2 - c5 6 Pf3 - cxd4 7 Pxd4 - a6 8 f4 - Db6 9 Le3 - Dxb2

Zie diagram 1.

10 Pb3
Helemaal in de lokzet 9. Le3 getuind. Maar de overeenkomst met de laatste pot die ik hiervoor speelde, derde ronde Tavernebokaal, deed mij helemaal opveren. Een bijna-kopie van deze stelling ontstond tegen Eddie Sander. Toen had ik zwart en sloeg ook op b2. Mijn dame kon ontsnappen, maar ik sneuvelde door ontwikkelingsachterstand. "Nooit slaan op b2, ook niet als het goed is", zei een grootmeester ooit. Lollig toch, dat ik aan de andere kant van het bord de kans kreeg die frase opnieuw te bevestigen. Ik nam me direct voor met dit toeval in twee opeenvolgende potjes ons digitale clubblad te verrijken. Op een aanzienlijk vrolijker toon dan nu gaat gebeuren.

Mijn tegenstander verzonk in gepeins en ik kon rondwandelen. Een teamgenoot wees me ook op de overeenkomst met Sander-Bons. Leuk, zoveel schaakempathie van een van onze spontaanste leden. Maar ook knaagde in mijn achterhoofd: waarom moet ik in het eerste uur van de wedstrijd alweer de mening horen van iemand die een stelling vijf seconden op afstand heeft bekeken? Maar ik sputterde niet.

Had ik toch maar gedaan zoals ik in de loop der jaren ongeveer vijf tot tien keer heb gezegd: "Doe dat nou niet, je weet nooit wat we over het hoofd zien". Nog vaker heb ik dat maar nagelaten omdat zulke tegenwerpingen en eventuele discussies het concentratieverlies alleen maar vergroten. Ik kan niet zeggen waar mijn grens lag tussen zeggen 'laat me met rust' of dat alleen maar denken.

De grens ga ik heel duidelijk trekken nu een keer het gezwam buiten de oevers trad. Bij een ander tweetal buiten het team, dat trainingspotjes speelde, werd aangekondigd: "Gerard gaat winnen." Ik kon het niet geloven, de huid van een beer verkopen ...
... die een ander moet schieten!

Iedereen die op de TSC een paar jaar meedraait kan weten dat ik een blessuregevoelige wedstrijdmentaliteit heb. In 2009 beschreef ik in dit digitale clubblad dat ik daarom niet simultaan speel. Die openhartigheid etaleer ik nu voor de allerlaatste keer. Op dit openlijk tonen van een zwakte pas ik geen scheepsrecht toe. Dan dros ik liever.

Ik heb echt geen behoefte aan de rust van een kerkhof in de schaakzaal. Een beetje herrie in of naast de speelzaal? Kan me weinig schelen, want dat hoort mijn tegenstander ook. Maar hij heeft er geen last van als ik in zijn bedenktijd een fout advies krijg.

Daar komt bij dat al die aandacht voor de teampotjes van anderen ook de eigen concentratie kan aantasten. Ik was niet verbaasd toen mijn 'adviseur' eveneens verloor. Hij keek daarna niet eens goed wie nog speelde en legde bij een nog zwoegende, aan zet zijnde teamgenoot de hand op de schouder: "Gewonnen of verloren?"

Terug naar de partij
10 ..... Pf5 11 Lc1 Lb4+

Mijn laatste zet lag zo voor de hand, dat ik niet serieus had gekeken naar zwarte tegenzetten. Ik meende dat dame-toren-ruil onvermijdelijk was voor zwart, nu vreesde ik een verschrikkelijke ontsnapping. Mede omdat ik zo balend achter het bord was teruggekropen, wankelde ik al terwijl er niks aan de hand was. Voordeel overschat, damewinst zit er niet in, maar een stukwinst na negen zetten (die stond al na de diagramstelling vast) is toch ook smakelijk!

12 Ke2 Pd4+ 13 Dxd4 Dxc2+ 14 Kf3 Le7

Zo, het paard is geraapt. Ondanks vertwijfeling nog geen fouten gemaakt, gewankeld, maar 'teruggewiebeld'. Hier trok ik een kwartier uit voor de volgende zet. Veertien minuten besteedde ik aan 15 Dc3 De4+ 16 Kf2 en nu moet zwart iets doen aan de ongedekte loper op c8 en kan wit op dameruil jagen. Een glashelder oordeel. Prachtig toch, dameruil bij dit materiaalvoordeel! Nou, dat laatste zag ik dus anders. Hier ging ik alsnog struikelen en vallen.

Ik vreesde de compensatie van twee pionnen voor mijn stuk. Belachelijk, omdat geen enkele is opgerukt, geen sprake is van twee verbonden vrijpionnen en bovendien is het bord te vol om gevaarlijke pionnen te creëren ... Concludeer ik achteraf.

En dan is er een nog veel belangrijker argument om dames te willen ruilen: de tochtige opstelling van de witte koning, wat met de dames op het bord heel veel linker is. Toch koos ik voor een snelle ontwikkeling van de koningsloper en nam voor lief dat de zwarte dame aan ruil ontsnapte.

Ik rekende (waarschijnlijk) correct, maar was met strategische schaakblindheid geslagen.

15 Ld3?? Dc7 16 La3 Pc6 17 Db2? 0-0

18 Tc1??

Alle stukken op een kluitje op en rond b2. Nooit die ongelofelijk voor de hand liggende tegenaanval gezien. Nog steeds strategisch stekeblind. Noem het maar manke concentratie, omdat ik zettenreeksen redelijk berekende, maar geen totaaloverzicht zocht, naliet alle mogelijkheden van de tegenstander te onderzoeken.

18 ..... f6!

Na 18 Tf1 had ik me kunnen verdedigen tegen wat nu komen gaat.

19. exf6???

Nu is het meteen afgelopen. Na 19 Lxe7 Dxe7 20 exf6 Txef6 21 g3 creëert wit een vluchtweg naar de hoek. Al kan zwart de aanval met dameloper en tweede toren snel versterken, maar het was niet zo ontluisterend geweest als wat nu volgt.

19 ..... Lxf6 20 Pc3 Lxc3 21 Dxc3 Txf4+
En de rest bespaar ik u. En vooral mezelf.
0 - 1

Zelfs de onmogelijke vraag knaagt of ik zonder de stimulerend bedoelde, maar ongewenste woorden wel had gewonnen. In elk geval vind ik een nederlaag bij een teamwedstrijd tien keer erger dan in de interne competitie. Ik doe met een nul de zege van een ander teniet en dat vind ik rot. Telt in dit geval nauwelijks, maar 2-6 is wel een kleiner echec dan 1-7.

Nu deed de teamgenoot iets dat helaas overal een bizarre gewoonte is geworden. Die zwamcultuur met dat analyserende geneuzel in teamwedstrijden is een ziekte in onze denksport, die ik wil vergelijken met de opzettelijke handsbal in voetbal, vijandig met de geest van die sport. Over die vaak gevaarlijke tackles op des tegenstanders benen wordt nog uiteenlopend geoordeeld, de handsbal roept algemene minachting op. Zo zou het ook moeten zijn bij commentariërende conversaties in teampartijen. Andere teams zie ik ook geregeld jeremiëren over partijen van medespelers. Daarom ga ik die malle 'winstwaarschuwing' zo snel mogelijk vergeten.

Maar het blijft contraire aan de tweestrijd op ons wedstrijdveld.


Gerard Bons

stap terug
terug