Sinds de eeuwwisseling ben ik kampioen gongschaken van Twello. Ik had na een sabbatical van veertien jaar onze sport relaxed weer in Twello opgepakt en won binnen twee jaar alle vier de kampioenschappen. Als het na mij afgeschafte gongschaak in ere wordt hersteld, zal ik die titel niet verdedigen. Het is een gedegenereerde tak van onze sport.


(foto: Jorik Jonker, bewerking: webmaster.)

Het is toch belachelijk om voor een boeiende offermogelijkheid evenveel bedenktijd te hebben als voor de beginzet. Na incorrecte combinaties misten de tegenstanders gelukkig vaak de weerlegging. Toen kon ik het nog verdragen, acht of tien keer twaalf seconden wachten voor een standaardopening , die bij een snelschaakpot een fractie van die tijd kost. Zotte tijdverspilling in het ritme van een metronoom, wat dus heel iets anders is dan schaakritme.

Dat is de zelfgekozen verdeling van tijd en concentratie. Welnu, die ritmeverstoring is bij een simultaan nog erger dan bij gongschaak. Een simultaan is ‘schaakdegeneratie in het kwadraat’. Het is toch knots dat je bij een honderd procent gedwongen zet twee, drie, soms vijf minuten moet wachten om die uit te voeren. Inmiddels onmogelijk voor mij, de mentale souplesse van destijds ben ik kwijt.

Ik heb al eens beschreven hoe ik het vertikte simultaangever te zijn en Carlo bewees mijn gelijk. Andere kampioenen bakten er in die folklore nog wel wat van, maar juist de superkampioen zakte door het gladde simultaanijs. ,,Carlo was veel, echt veel te aardig,’’ hoorde ik. Hij stond geregeld te keuvelen waar je moet jagen naar de volgende borden, om je tegenstanders zo toch een paar keer wat tijdnood te bezorgen.

Er was meer gekeuvel, tussen simultaandeelnemers onderling. Ik meende soms verveling te zien. Ik meld dit met tegenzin, maar wil van die kul af. Hoop op echte strijd in de seizoenafsluiting. En pas daarna keuvelen. (Mijn simultaan-afkeer is zo groot dat ik die in drie afleveringen onder de aandacht breng. Leest ook wat makkelijker weg)


Gerard Bons

stap terug
terug