Een absolute simultaanhater ben ik niet. Aan een seance (Dat we voor de jaarlijkse simultaan van de clubkampioen dat woord nooit gebruiken is al veelzeggend) tegen een grootmeester deed ik deze eeuw twee keer mee, met drie partijen. Ik gun ze een bijverdienste naast de vaak beperkte toernooi-, trainings- en schrijfgages. Tegen John van der Wiel kon het me daarom weinig schelen dat ik twee keer vijf of tien euro verloor.


Bons zet opnieuw de stukken op, links IGM John van der Wiel!

Tegen zo’n type moet je hard werken om een kansje te maken. Ze zien in seconden meer dan onze beste in minuten en negen van hun tien zetten dwingen tot verschrikkelijk goed nadenken. De verplichtende zet is een welkome adempauze. Tegen topschakers valt echte eer te behalen. Ze zijn zeshonderd elo-punten of meer sterker, een remise tegen zo’n simultaangever telt zwaarder dan winst in een gewone partij tegen een gelijke, winst tegen een grootmeester brengt je op een wolk.

Elke ‘simultaner’ onder ons bewonder ik wel. Niet niks om in een paar uur ongeveer vijfhonderd steeds verschillende stellingen te beoordelen. Carlo had wat mij betreft bij een eindscore van anderhalve punt ook een compliment verdiend. Zonder camera had ik meegeklapt bij zijn laatste zege.

De simultaan van de clubkampioen heeft voor niemand glorie. Het niveauverschil is te gering. De top-vijf onder de kampioen zou honderd procent moeten scoren, maar die of gene heeft wellicht ook last van die onzalige concentratievernietigende cadans der zetten.

Ik herinner me dat zelfs is ‘gesimultaand’ op een soort tussenavond in Terwolde. De waarde van die potjes onder fundamenteel ongelijke condities is te arbitrair, de ongedurigheid van deelnemers te groot en de leerzaamheid te gering om die traditie voort te zetten.

De simultaan hoort thuis op de mestvaal van de clubhistorie. Laten we denken over een extra snelschaakavond. Ik weet dat dit voorstel niet iedereen zal enthousiasmeren, maar misschien omdat de ‘blitz’ te weinig wordt gespeeld op onze club. Vluggerend ga je de zomer in elk geval met meer schaakswing tegemoet dan met die stroperige simultaan.


Gerard Bons.

stap terug
terug