Dat jullie in de laatste ledenvergadering weifelend instemden met mijn voorstel te experimenteren met een avondje randomschaak. De aarzeling moet ik begrijpen bij zoveel voorgestelde vernieuwing. Bobby Fischer introduceerde randomschaak al in 1996, maar het systeem oogstte nog geen brede waardering. Toch zie ik hierin een neventoekomst voor onze conservatieve denksport. Zaalvoetbal, panna en Cruyff-court hadden ook hun tijd nodig.

Ik heb even nagedacht eer ik begon met hemelbestormende beschrijvingen, maar anderhalve maand voor het zo ver is (18 juni) deze eerste beschrijving. Ik begin gewoon met een genoteerde random partij, de enige die ik op internet vond. Weinig keuze, want ik kan niet efficiënt googlen, maar de pot is instructief genoeg.

Het gaat om de partij Bram van den Velden – Dimitri Reinderman in het NK Fischer Random 2010. We zien één van de 960 mogelijke beginstellingen, Wat betekent dat de stukken achter de pionnen niet in een totaal vrije loting zijn neergezet. In dat geval tellen we 8 x 7 (mogelijkheden voor het tweede stuk, enz.) x 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x 1 = 40.320 : 8 (2x2x2 voor de uitwisselbare stukkenparen) = 5040 mogelijkheden. Om jullie soepeltjes naar het randomgebeuren te leiden, zout ik een volledige uitleg van de regels op tot aflevering 2 of 3 van het serietje. Een beetje saai daarmee te beginnen als het ook even zonder kan.

Het is overigens toeval dat in deze voorbeeldpartij de torens op de hoekvelden staan. Explicatie van een grappige randomspelregel is onvermijdelijk. Tenslotte moeten we Henk erkentelijk zijn omdat hij zes diagrammen maakte, waarmee dit randomcuriosum zonder bord is te volgen.

1.e4 e5
2.Pb3 Pf6
3.f3 d5
4.exd5 Pxd5
Zie diagram 2.

5.Pc5
Nou ja zeg, al meteen een matdreiging. Ook in regulier schaak niet uitzonderlijk, maar het verrassingseffect is groter vanuit de verrassende beginstellingen.
5...De8
6.Le2 Pd6
Zie diagram 3.

De koning staat veiliger dan na een lange rokade in een reguliere partij. De a-vleugel (door die bijna-willekeurige stukkenplaatsingen kun je niet meer spreken van koning- en damevleugel) is supersafe met die dame op f1 en loper op e2. Ontwikkelen met 7.a4 en 8.Ta3 speelt m.i. lekker, maar wit kiest de andere optie.
7.0-0-0
Zie diagram 4.

Grappig, zo’n lange randomrokade, niet? De koning moet gewoon naar c1 of g1, de toren moet aan de binnenzijde ernaast. Daarom staat de koning in de beginstelling altijd tussen de twee torens. Bij torens op a1 en c1 en de koning op b1 is een korte rokade mogelijk met d1 t/m g1 ontruimd. De koning speelt in één keer als het ware vijf zetten, de toren gaat van c1 naar f1. De praktijk leert dat elke randompartij in 10-20 zetten naar een ogenschijnlijk gewone partij evolueert. Prima, want random is bedoeld om obligaat openingsspel te elimineren. Een rokade draagt bij aan een snelle ‘normalisering’, al leert het vervolg van deze partij dat de buitenissigheden van randomschaak een prachtige verlokking oplevert. Een front van vier pionnen op rij achter de lange rokade is in een gewone partij nu eenmaal onmogelijk omdat de c-loper eerst weg moet.
7...f5
8.d4?
Zie diagram 5.

(Een verleidelijke breekzet omdat nagenoeg altijd al in een eerder stadium de d-pion wordt opgespeeld. Dat lijkt nu helemaal veilig met de toren op d1, wat een vergissing blijkt.
8. ...exd4
9.Lxd4?
9. Txd4, Lf6 is ook niet lekker voor wit, maar beslist minder direct.
9. ...Pe3
Zie diagram 6.

En wit kan vanwege stukverlies het paard niet slaan, verloor de kwaliteit en later de partij. Die is te vinden op schaaksite.nl.
De spelregels staan op wikipedia.

Service om dit te melden, hoor. Opzoeken is niet nodig, want over een week leg ik ze uit, in combinatie met 1 of meer andere partijen, eigen ervaringen, interviewtjes, los commentaar hier en daar, we zien wel.


Gerard Bons.

stap terug
terug