Clubgenoten, de reglementaire plicht om te noteren krijgt ooit een toevoeging om partijen vast te leggen in schrift OF BEELD. Als keuze(!)mogelijkheid. Dat heeft mijn onderzoek naar vernieuwing in elk geval opgeleverd. Noem dit daarom maar een bijvangst in de research naar random. De zekerheid dat camera’s ooit worden gebruikt is groter dan een dominantie van randomschaken over de reguliere vorm. Eigenlijk hebben die twee zaken niets met elkaar te maken, maar om een potje ‘dobbelschaak’ te registreren maakte ik mijn eerste ‘schaakfoto’ van een randomstelling.

In mijn vorige bijdrage stond een foto van een geinige stand in een randompot. Vereeuwigd met mijn iPhone. Noteren kost me veel meer tijd, temeer omdat ik dat in een schaak sabatical van twaalf jaar verleerde. En dan moet je bij random ook nog eens de beginstelling noteren, al gaat het maar om de acht stukken.

Maar dit .....

Foto 1. Een random-startopstelling
..... gaat veel sneller.

Er valt wat aan te merken op de kwaliteit van deze foto, maar so what? De stukken zijn aan de overkant voldoende herkenbaar, dus in dit geval ook voor de zwarte zijde. Het handschrift van de annotatie wordt immers ook niet gekeurd door een wedstrijdleider. De foto’s hoeven niet een diagram te benaderen.

Mijn voorstel foto’s als vervanging van annotatie te accepteren is veel serieuzer dan de hoop op meer random. Die spelvariant is een vrijwillige kwestie, met een ‘open mind’ kan niemand bezwaar hebben dat een tegenstander met een camera registreert. Bij snelschaak is dit zelfs zalig.

Het is niet te hopen dat de FIDE net zo achterlijk is als de FIFA. Die weigert met drogredenen videowaarnemingen te gebruiken bij wedstrijden met kapitale sportieve belangen. De optie om ze in onze denksport te gebruiken wordt steeds makkelijker en goedkoper. Met een geavanceerde webcam in een lichte headset, aan een brillenpoot of op een statief van vederlicht glasfiber.

Het bevordert de concentratie. De klikt went, net als de tikken van de oude schaakklok en de gebleven tik van die schommelknop op de digitale versie. Je kunt zelfs geluidloos een video maken. Die levert een absolute arbitrage op bij discutabele acties, zoals een al dan niet aangeraakt stuk terugzetten (,,ik zweefde er met de hand boven maar raakte het niet aan’’). Ach ja, vaak krijgen we na minuten rekenen pas in die halve seconde van een zet inzicht in de afzichtelijkste blunders.

De schaakwereld is gek als die mijn idee niet omarmt. Het digitale clubblad van de TSC heeft met dit pleidooi wellicht de primeur, want ik kon op internet niets vinden wat hierop lijkt. (al blijf ik een kluns in netsurfen)

Ik hoopte met foto’s diagrammen te vervangen, maar dat is een stap te ver. De diagram in de aflevering Random 3 bleek veel inzichtelijker en makkelijker te beoordelen dan de foto van dezelfde partij twee zetten eerder. Omdat ik de lezer toch wil overtuigen van de bruikbaarheid van foto of video voor annotatie, experimenteer ik verder.


FOTO 2. Partijfragment uit Bons-Sulman Tata 2013. Stelling na 24 Lc3-b4

Zo, nu laten we random echt buiten beschouwing. Deze overzichtelijke partijstelling lijkt me een aardige illustratie, waarbij de schaaktechniek apart in de kolom staat.

Want het gaat natuurlijk om het snelle overzien een gereduceerde stelling in een foto. Geloof me, zo zie je het bord in het echt, de camera op ‘schaakoogafstand’. De stukken op a en h-lijn lijken naar opzij te kantelen. Die toren het meest, staat het dichtste bij de fotorand. Verder heeft het bord onderaan optisch een boog, allemaal dankzij de groothoeklens. Naturel compenseren we die vertekeningen in onze hersens, maar doen dit niet bij een klein beeld.

Een cadeautje

Wit staat in foto 2 slecht. Het is wel duidelijk dat de matdreiging op g2, die je niet met g3 kan opheffen, een belangrijke factor is. Zwart heeft het maar te kiezen:
A. 24 …. Tc8-f8 levert extra druk op f2, terwijl pion d6 gedekt blijft.
B. 24 …. h5 confronteert wit met een nog moeilijkere keuze: of 25 Df3 Dxf3 26 gxf3 27 Txc2 en de dreiging 28 Ph3+ . Na 25 Dg3 Dxc2 26 Db3+ kan wit zich wellicht losworstelen
C. 24 … Dxc2 25 Lxd6 26 Pd3 geeft ook lekker spel, terwijl zwart toch meteen die matdreiging op g2 opgeeft.

Allemaal vervelend voor wit, waarbij ik helaas nog steeds niet de vaardigheid heb met een computer de beste voortzetting te zien. Geeft in dit geval niks, want mijn opponent maakte van de matdreiging een onwrikbare hoofdzaak, ging voor de kleine vangst.

Waarom is 24 …Th5, de stelling in foto 3 en 4, een vergissing? Het niveau is niet voldoende om er een prijsvraag van te maken. Ik koos voor dit partijfragment omdat het met het gereduceerde materiaal (minus zes stukken en vier pionnen) wel een lekkere illustratie leek om te beoordelen of foto’s diagrammen kunnen vervangen. Een oplossing moet ik uiteraard wel geven, binnen een week.


Gerard Bons



FOTO 3. Dezelfde partij na 24 … Tf5-h5, met een laag perspectief.

De laatste twee foto’s maakte ik met een telelens. Daardoor is de achterzijde van het bord bijna even breed als de voorzijde, een perspectief dat meer op een diagram lijkt. De eerste foto maakte ik onder een kleine hoek ten opzichte van de tafel,


FOTO 4. Dezelfde stelling met een hoog perspectief.

de tweede hoger. Sterker, het bord stond op de grond terwijl ik staande afdrukte. Zo zie je pion g2 direct, terwijl die op de vorige foto schuilt achter de koning op g1. Veel beter dus, anderzijds is het profiel van de stukken onduidelijker, herken je dames en koningen niet in een splitsecond .

Onze belevingswereld is er op ingesteld om in een partij bord en stukken ‘naturel’, dus in de partijpraktijk, direct te herkennen. ‘Geplet’ op een foto haalt dat niet bij het inzicht van een diagram. Zelfs bij dat vreselijke gebruik van iconen, vol afleidende tierelantijnen, is een diagram op papier of beeldscherm prettiger. De driedimensionale instelling van een schaakprogramma is ook niks.

Maar voor de partijpraktijk blijft cameraregistratie i.p.v. noteren natuurlijk fantastisch.

Gerard Bons

stap terug
terug