"Gewoon schaken is al moeilijk genoeg", kreeg ik van enkele clubgenoten te horen over mijn sympathie voor randomschaak. Ik geef conservatieven zelden gelijk, deze wijd open deur moet ik altijd beamen. Regulier schaken is veel te moeilijk voor mij, maar dat geldt gelukkig voor iedereen, ook de wereldkampioen die wel eens verliest.

Maar om die reden random afwijzen is alsof je een bloedmooie vrouw versmaadt omdat je alleen de allermooiste van de wereld blieft.

Laat ik wat middelmatig aantrekkelijke en uitgesproken lelijke vormen van onze denksport de revue passeren. Dit multikulti snuffelen in onze denksport leidt wellicht tot meer waardering voor random.

Eerst het schaakprobleem uit de toernooipraktijk. De acht stellingen in ons bondsblad kan ik wel waarderen. Ze leren je combineren, zoals er ook boven staat, het is voor mij het meest ‘gelezen’ deel van Schaakmagazine. Ik vind het alleen jammer dat je nooit de opbouw van de laatste twee, drie zetten daarvoor ziet. Is nog leerzamer.

Probleemcomponeren. Stellingen, waarin je in drie zetten op soms tien manieren mat kan geven. Maar nee, het moet in twee in een altijd vergezochte zet. Hoe is het mogelijk, denk ik vaak, kan zelfs genieten. Denk soms ook: wat een tijdverspilling. Dit ontwikkelt een beetje het zoeken naar verborgen winstzetten in de wedstrijdpraktijk, maar gewoon schaken tegen een tegenstander en analyseren lijkt me nuttiger.

Eindspelcomponeren. Niet aantrekkelijk meer. Die eindspelstudies zijn vaak zo vreselijk gekunsteld, dat je er echt niets van leert. Waarom moet ik weten hoe K+P+P tegen K+L kan winnen omdat die loper in de matzet een vluchtveld blokkeert? Ik herinner me vagelijk een eindspelstudie met zwarte pionnen op (ongeveer) a2, c2, e2 en g2. Weinig materiaal uiteraard, toch een winstvoering voor wit met hele lange schaakgevende manoeuvres. Knap maar …. (geeuw)

In de laatste Schaakmagazine stuitte ik op bewijsschaak, bladzijde 25.

Schaakpuzzelen lijkt me een beter woord voor dit tijdverdrijf. Dan moet je in een diagram van een onzinnige middenspelstelling uitknobbelen welke ongeveer 18 zetten daaraan vooraf gingen, ze bewijzen dus. In één bewijspartij verloopt de opening aldus:

1. Pc3 a5 2. Pe4 a4 3. Pg5 a3 4. Pxh7 axb2

Tot nu toe kleuterschaak.
5. Pxf8 bxa1P
Het was al te gek dat wit het slaan van de toren toestaat, maar als zwart dan voor die minorpromotie kiest, wordt het hallucineren.
6. La3 Pb3

7. Lc5 ……

Ja dahaaag. Een stuk met twee pionnen kunnen slaan, dat nalaten maar die loper in zetten. Te dwaas, hier stop ik, zo is het willen winnen totaal afgeschaft. Wie toch nieuwsgierig wordt pakt Schaakmagazine er maar bij. Ik ben niet eens begonnen aan een poging om één van de drie bewijspartijproblemen op te lossen, want naar mijn indruk moet je dan toch een goeie schaker zijn. Wat een verspilling van schaakenergie. Sorry als een lezer dit waardeert, maar ik vind het teveel eer dat onze bond dit bewijsschaak status geeft met een pagina in ons orgaan. (Een avontuurlijke vriend van me, gek op random, denkt met gruwel terug aan zijn sociale academie van de jaren zestig. "Daar leerden we uiteraard spelletjes, maar alleen spelletjes waarin je niet kon winnen, omdat willen winnen tot oorlog kan leiden", herinnert hij zich rillend; niet van de gedachte aan oorlog dus, maar van zulk afschaffen van gezonde competitie.)

Bewijsschaak is de gebochelde dochter van Caïsa. De heks van dit nageslacht is weggeefschaak. Weliswaar met ‘winwens’, maar stukken zo rigoureus mogelijk weggeven is te ‘tegenschaaknatuurlijk’. Dan ben je ook nog als een dammer verplicht om te slaan, ruïneus voor het schaakbrein.

Afdalend naar de schaakonderwereld heb ik de trede van het doorgeefschaak overgeslagen. Is teveel nu, misschien wijd ik daar later een digitaal clubbladstukkie aan.

Met plezier denk ik terug aan de waarderende reacties tijdens het randomschaak na de ledenvergadering, ook van … ehhh … randomsceptici.


Randommen na de ledenvergadering, alle twaalf even geconcentreerd bezig.

Ik telde veertien deelnemers en twaalf tegelijk op het drukste moment. Leuk, ook van enkele clubgenoten die maar een paar potjes probeerden en daarna weer in de standaard beginstelling speelden.

In de afgelopen twee maanden heb ik op de club een random-pauze ingelast. Onder andere voor de rust, omdat die spelvorm sneller uitbundig gedrag uitlokt dan gewoon snelschaken.

Aan die pauze maak ik op de vrije schaakavond komende dinsdag een einde. Wellicht matig bezocht vanwege uitwedstrijden, maar al is er maar 1 mede-, tevens tegenstander, is mij voldoende. Tenslotte breng ik in herinnering dat er na de ledenvergadering van 25 februari een randomtoernooi is.


Gerard Bons

stap terug
terug