Onijs-Van Swam kan wel eens de best bekeken partij van dit seizoen blijken. Meestal dromt het uitgeschaakte volk rond topborden, maar 28 januari waren het twee staartspelers die rond middernacht de aandacht trokken. In een titanenstrijd met veel wederzijdse kansen.

Ik was zo gefascineerd door de finale stelling, dat ik vergat de lens op het tienkoppige publiek te richten. Afijn, hier de beslissing.


(Ik heb nooit beweerd dat je met foto’s kunt analyseren, zeker als je moet turen om op f3 een paard te herkennen, maar nu kan Henk C. zonder verdere uitleg, want mede-toeschouwer, gemakkelijk een diagram maken)

Ik was supporter van Ruud, dichtte de twee zware stukken op de tweede rij en de ver opgerukte pionnen een mooie toekomst toe. Omdat ik geen goede velden voor de dame zag, achtte ik 1 …. Tf2 kansrijk. Ruud oordeelde beter, maar zag een detail over het hoofd: 1 ... Df7??? 2. Pe5+ 1-0

Zonde! Gezien de wederzijdse kansen na bijna 3 uur en 3 kwartier (ook leuk van zo’n fotootje, die klok) hebben Ruud en Henk prima gespeeld, was dit de eerste fout en gelijk de zwaarst denkbare.

In mijn suggestie overzag ik dat schaakje met het paard, dus volgt na 1 … Tf2 2 Pe5+ en 3 De7+ en wit heeft in elk geval eeuwig schaak. Technisch meer omdat de loper waarschijnlijk kan worden opgehaald, maar is riskant gezien de beperkte witte bedenktijd.

Toen Ruud de dame losliet op f7 zei hij meteen: ,,Ach, die moet natuurlijk naar e6.'' Na mijn vorige analyse zonder computercontrole houd ik weer een slag om de arm, maar die zet haalt inderdaad het damesschaak uit de stelling en heeft een geniepigheidje: 1 … De6 2 Pe5+ Kg7 3. Dxf4 Dxh6++.

Laatste witte zet is dus niet gedwongen, maar schetst de stellingproblemen voor wit in zware tijdnood. Verder matig ik me geen oordeel aan over de ‘diepe kwaliteit’ van de stelling. Het blijft gewoon een mooie pot.


Gerard Bons


stap terug
terug