De wedstrijdklok is een toevoeging om van schaken een gestroomlijnde wedstrijdsport te maken Een belangrijk hulpmiddel voor gelijke kansen in bedenktijd. Het is zelfs gereglementeerd dat een zet pas voltooid is als de klok is ingedrukt.

Behalve bij mat. Mat gevend stuk losgelaten? Afgelopen! Ook in wederzijds vliegende tijdnood hoef je niets te roepen. Ik ga er de spelregels, al 28 jaar niet meer ingezien, niet eens op naslaan. Het is in de geest van het spel om de klok buiten beschouwing te laten bij mat, kan na 1984 nooit gewijzigd zijn.

Mat is als het bommetje van de koe van de Melkunie-reclame. Pas als de golf over Peer Mascini spoelt, speelt hij boosheid. Zoals de verliezer, die nattigheid voelt in een matnet, maar hoopt op de klok. Edoch, het bommetje van de koe is al een bommetje zodra de bips van het beest het water klieft.

Wobbe de Vries en Berry Hoogstraten riepen nagenoeg tegelijk ‘mat’ en ‘tijd’ in hun tweede halve finalepot. Ik heb het niet gezien, maar in alle roaring leek de claim van Wobbe mij de sterkste. Ik zei wel iets met een summiere toelichting, maar het past een reeds geplaatste finalist niet zich indringend te bemoeien met de andere halve finale. In ons randomtoernooitje werd alles sowieso aan de spelers onderling overgelaten.

De slotseconde van hun tweede halve finalepartij was nog veel onscherper dan deze foto van de aanvang van de barrage. Toch is voor de essentie dit beeld goed genoeg. Het genot van met mond en lichaamstaal veroverde gelijk spat er af bij Berry. Wobbe is gewoonlijk een sportief en zelfs amicaal verliezer, hier één brok twijfel.

Wobbe bulkte nog van het zelfvertrouwen met een volledige en een schaaktechnische zege en accepteerde 1-1. Hij leek vergeten hoe beide potten in tijdnood eindigden met beide keren 4 seconden over. Dit bewijs van gelijkwaardigheid leek een bron van groeiende onzekerheid in de barrage. Wobbe verloor kansloos.

Waarmee Berry op weg naar de finale twee ex-clubkampioenen afstopte. Klasse, die betwiste pot duidde op schakersassertiviteit. Ik ging er tegen hem goed voor zitten. Dat beschrijf ik later.


Terwijl Henk Casteel wel kan lachen om het spel van Berry, vloeit het laatste zelfvertrouwen weg bij Wobbe.

Langzaam borrelde een herinnering uit Dordrecht naar boven, van voor 1986, mijn eerste, intensievere schaakleven. Een op De Vries-Hoogstraten lijkend tijdnoodduel volgde ik toen wel volledig. ‘Vlag’ klonk ongeveer tegelijk met het loslaten van het mat zettende stuk. De winnaar raakte de klok niet aan en gaf geen kik bij zijn slotzet. Leek hooghartig, maar maakte het nog moeilijker te beoordelen of de waarneming met het oor of die met het oog de eerste was.

,,Je staat al een kwartier mat’’, zei de winnaar. Kan het brutaler na 2x5 minuten? Nou, de doorgewinterde snelschakers in het publiek beschouwden de andere als een vlerk. Ook hij erkende mat als dominant over tijdoverschrijding.

Uurwerk niet beroeren is belangrijk , ontneemt een referentie die niet meer nodig is. Start je toch de klok terwijl de winst met mat al binnen is, dan geef je aan het waardeloze hulpmiddel een superieure waarde terug. Dat nalaten is ook (schaak)sportpsychologie: Hoe durf je te zeuren over de klok als je mat staat? Zelfs bij een tijdclaim die waarneembaar eerder is dan het mat, gun je de ‘schakende winnaar’ het punt.


Gerard Bons

(Ik beschrijf dit vanwege het leerzame eerder, een toernooiverslagje komt nog)

stap terug
terug