Menigmaal nam ik me voor na een ‘echte’ partij iedereen uit te dagen voor een paar potjes random. Het kwam er zelden van, de geest accepteert na drie uur regulier spel alleen koningen op e1 en e8. Daarmee vluggeren lukt nog wel, niet met buitenissigheden.

Zo kan een marathonloper na een wedstrijd nog best een kilometertje sjokkend uitlopen. Maar hoogspringen na de finish? Never nooit natuurlijk, levert een gigantisch blessurerisico op. Daarom heb ik enig begrip voor de random-weigeraars onder ons. "Gewoon schaken is al moeilijk genoeg", mompelen ze veelal.


..... niet na een marathon.

Maar om de vergelijking door te trekken: langeafstandlopers trainen incidenteel op sprints. De tien seconden-grens hoeven ze dan niet aan te vallen, maar is nuttig voor de vele eindsprints na vele kilometers. Als training heeft random de charme dat je met die onbekende beginstellingen al vanaf het begin kunt combineren.

Kortom, ook als random na driekwart avond gangbaar schaken onverstandig zou zijn, na de (schaaksportief) slome start een halve avond ledenvergadering kan die buitenissigheid makkelijk. Dat hebben we al een keer meegemaakt (clubblad 5 maart 2014).

Tenslotte een ‘superblitz’, tegen een vriend, die wat beter is dan ik. Sinds de ontdekking van random pakt hij altijd de dobbelsteen erbij als het schaakbord op tafel komt, weigert voortaan ‘saaischaak’ te spelen. Een avontuurlijke jongen zogezegd.

Zie diagram hiernaast.

1.Pe3 - c5
2.Pf5
Nou ja zeg, meteen al een matdreiging.....
2. ..... - Pc6
3.d4 - cxd4

4.Dg5
Dat was schrikken, zo’n dubbele aanval op e7 en g7
4. ..... - g6
5.Dh6 - Le5
Pffffff.....
6.f4

6 ..... - Lf6??
De vorige reddende zet leverde volgens Tarrasch nog bijna gelijkspel op, hier gaat het alsnog mis. Zwart moest met 6 … gxf5 7. Tf3 of fxe5 - f6 een ontsnapping organiseren. Nu het paard (te lang) op het bord blijft en wit er snel twee stukken bij haalt, is het uit.
7.Lh4 gxf5
8.Tf3 Pe5
9.Lxf6 exf6
10.fxe5

Opgegeven. Tien zetten en ik was ook al bijna door mijn tijd heen. Omdat ik ook wel eens won kon ik toch nog wel lachen: mooi toch, zoals die drie pionnen op een rij sluipwegen en hulp blokkeren. Dinsdag vanaf omstreeks 21.30 uur.

Gerard Bons.

stap terug
terug