Toen ik na de partij tegen René Rouwhorst een overwinningsrondje ging halen, was bij terugkeer de nabeschouwing helemaal overgenomen door het publiek. Eigenlijk best eervol, jongens, zoveel belangstelling, sorry dat ik wat brommerig was. Maar ja, in de volgende stelling (zie diagram 1 hiernaast) was op zeker moment niet de beste zet aan de orde, maar wie er aan zet was. Dat analyseert wat rommelig.

De stelling is ontstaan na 12 a2-a4, Lc8-f5. Ik kon kiezen tussen 13 Pe1, wat ik als een aanvallende verdediging beschouwde, en de echte aanval met voortzetting van de pionopmars: 13 a5. Die laatste had mijn voorkeur omdat ik twee gunstige varianten zag. De eerste:

13.a5


En nu heeft zwart twee keuzes:
13 … Lxd3 14.axb6 Lxf1 15.Txa6 Lxa6 16.b7 Lxb7 17. Pc5 Lc8 18.Da4


Lang hield ik het vol unieke eigen analyses te presenteren, maar sinds twee misslagen vorig jaar heb ik digitale hulp ingeroepen. Dat maakt zo’n lange 99% correcte zettenreeks mogelijk. Schaakprogramma Tarrasch geeft wit + 0,8 (pionwaarde) voordeel. Alle zwarte stukken staan namelijk minder actief dan de witte.

Minder beroerd voor zwart is (vanaf het tweede diagram):
13 … Dxd3 14.Dxd3 Lxd3


En nu een kansrijk kwaliteitsoffer. Het is zelfs gedwongen omdat volgens ‘T’ wit na elke torenzet slechter komt te staan.

15.axb6 Lxf1 16.Kxf1 a5 17.Pc5 O-O 18.b7.


Die loopt niet zomaar door, maar ‘T’ geeft wit plus 0,5. Ik zag het kwaliteitsoffer, niet zo precies, wel dat die b-pion het waard was.

Wat Tarrasch bovenal leerde is de tunnelvisie die soms bij een hele groep analyserende schakers kan ontstaan. De kibitzer oordeelt dat na 13 a5 (2e diagram) zwart vier betere voortzettingen heeft dan de twee om op d3 te slaan: 13 … Dc8 , 13 … Db7, 13 … Lc8 en 13 … 0-0. Met minieme verschillen beter. Ik weet het niet zeker meer, maar ik geloof dat niemand één van die zetten een blik waardig achtte, in elk geval zijn die zetten niet serieus bekeken.

13 a5 speelde ik niet door een hele rare kronkelberekening. In de laatste controle dacht ik heel even dat zwart sterk kwam te staan na (vanaf 1e diagram) 13 a5 Lxd3 14 axb6 Dxb6. Omdat ik meende dat zwart een stuk had geslagen. Geen flauw benul of het een paard of loper was, het had ook een paaper of een lopard kunnen zijn.

Gebeurt wel eens, je na een combinatie van drie zetten afvragen: "wat is er van hem en van mij verdwenen?" Maar een pion, die gewoon nog op d3 staat, aanzien voor een stuk?

13 Pe1, wat volgens Tarrasch juist een plus van 0,3 oplevert voor zwart, leidde ook tot een lollige. Ondanks stukwinst door een vergissing van René hield hij de betere kansen. Ik won omdat René op de dertigste zet een simpele winst niet speelde en daarna een lullige penning over het hoofd zag. Vreselijk slot na een onderhoudende partij.

Tenslotte, een experiment
Open een tweede scherm van de site en zoek deze pot onder mijn naam in de partijenbank op. Speel na om drie geinige partijfragmenten te zien.

Na 16 Dc1 ziet René de dreiging op h6 over het hoofd, maar volgens Tarrasch is de gespeelde torenzet nauwelijk minder dan 16 … Ld7. Die redt het paard, maar zoals in de partij bleek kan zwart behoorlijk pesten in een uiteindelijk pionnenloze koningsstelling. René speelde eigenlijk een acceptabel paardoffer.

Over 28 Dxc6 was na afloop discussie omdat 28 Dh6 een mataanval leek. Flauwekul volgens ‘T’.

Lees nu even niet verder en zoek de beste zet na
30 Dxd5+

Als dit niet werkt door onvoldoende schuifmogelijkheden met verkleinde vensters, was dit het laatste experiment.

Die laatste schaakvraag: Niet echt moeilijk en wellicht kan Henk dit antwoord verbergen:


Gerard Bons.

Oh ja, niet vergeten: 24 februari ledenvergadering en random. Ik kom er nog op terug.

Oplossing zien?
Sleep de muis tussen de strepen van
hier ...

Le6 wint een stuk, kwestie van röntgen.

... naar hier
stap terug
terug