Een vol of ook verschraald bierglas op een schaakbord is morsig, vooral in de overdrachtelijke zin van dit woord. Al lullig op een onnozel plastic bord, een denksportwandaad op een van hout, met die 64 congruent gesneden fineervakjes. In een mooi versleten bord gaan die van het vocht omkrullen, maar ook een nieuwe vernislaag moet schoon blijven voor mooie partijen.

Sinds ik veertig jaar geleden wat gedisciplineerder ging leven, bracht ik dat ook in onze denksport in praktijk; plaatste nimmer meer servies of ander spul op een schaakbord. Nat of kurkdroog, doet niet terzake, op een schaakbord horen alleen stukken thuis.


Totdat ik daags na een heftige verliespartij op de club een apart schaakspel ontdekte in hotel Hesborner Kuckuck in het Sauerland. 1,5 x 1,5 het standaardbord, maar de stukken minstens twee keer de norm voor Staunton-materiaal. Te rijzig voor de wedstrijdpraktijk , wel leuk voor analyse.

Het was bovendien een schaaktafel, ontbeerde dus ruimte voor notatieboekjes en consumpties, ook belangrijk in zo’n paar-dagen-weg. Er stond zelfs geen bijzettafeltje. Vond ik aanvankelijk jammer voor de beoogde schakende contemplatie met stemmingversterkende middelen.

Toen zette ik de koffie maar op het bord.

Kon makkelijk, want een glazen plaat beschermde de 64 velden.

Heeeeeerlijk, weer een keer lekker slonzig.

De partij Bons – Barendregt leende zich hiervoor, omdat het interessantste moment zich afspeelde in het kwadrant e4-h4-h1-e1. Toen beweging kwam in de diagonale overzijde, had ik de koffie op.


Bij een volgende analyse vanuit de ‘kernstelling’ kon ik zelfs een kleine pul op g5 kwijt. De ergernis maakte me zo dorstig, dat ik die na enkele zetten weggehaalde en …. nou ook weer niet in een keer leegdronk. Wel in de hand hield toen ook zicht op de rokadestelling nodig was.

Wat die analyses opleverden? Ze komen wel een andere keer in dit clubblad. Eerste nog twee malligheden van het spelmateriaal.


Het was een schitterend schaakbord, ’s avonds vooral letterlijk door de spiegelingen van een plafond vol kransen halogeen of leds. Ongeschikt voor de wedstrijdpraktijk, maar wel geinig, zeker voor de recreatieve stemming die ik op me liet inwerken. In mijn tweede schaakleven neem ik zelden schaakmateriaal mee op vakantie, deze keer, zo direct na een schaakavond, maakte ik een uitzondering. Omdat ik meer ergernis vreesde als onvermijdelijke analyses alleen door mijn hoofd zouden spoken. En blindschaken kan ik niet. Laat ik vast verklappen dat ik na twee keer een uur analyseren wat meer vrede had met de uitslag, er niet meer aan dacht tijdens de wandelingen.


In het begin zag ik de witte paarden steigeren, kop recht omhoog. Zo op een afstandje, ook op de foto tussen andere stukken, komt die indruk weer terug. Een sierelement kon er wel bij, meende ik. Totdat ik een nogal fundamenteel verschil zag in de witte en zwarte paarden.


Ik was zo gefixeerd op de schaaktechnische inhoud dat de verscheidenheid in vorm pas tot me doordrong toen ik op de tweede avond met de camera aan de slag ging.


Gerard Bons


stap terug
terug