Ooit vermoed dat in een incompleet spel voornamelijk zwarte stukken worden vermist? Ik niet, maar dit ontdekte ik bij vrijwilligersklus van een middag.

In drie maanden schaakles voor 10 en 12 leerlingen circuleerden de stukken uit negen spellen alle kanten op over de zes borden. 3x2 reservelegertjes leken me een must. Toen Rien en ik onze hele plastic materiaalvoorraad inzetten voor een kersttoernooitje met beide klassen tegelijk, waren er nog louter ongeregelde schaaktroepen. Smerig glimwit en mooi mat (glansarm dus) semi-ivoor, slank en lomp, totale grilligheid. Er ontbrak nogal eens wat, ander materiaal was boventalligheid.


In het bedrijfsleven een eng begrip, in dit geval wist ik bijna zeker dat die stukken elders hun nieuwe plekjes moesten krijgen. Ik ging de zestien dozen herschikken toen Rien bekend maakte in Wilp les te gaan geven. Een tekort was nagenoeg zeker, meer nog in ongesorteerde staat. Ik vreesde een groot gebrek van een enkele stuksoort, dat viel mee. Het was een opluchting dat ik uit zestien spellen vijftien complete kon creëren.







Op de club ben ik niet de enige met lichte ergernis aan soms miniem afwijkende formaten in een houten spel. Welnu, onze plastic schaaktroepen waren helemaal een prullenboel. Twee totaal verschillende uitvoeringen in vormen, kleur en glans waren dominant. Ik heb leerlingen zien graven in verschillende dozen om enige uniformiteit op het bord te bereiken.

Uiteindelijk ontstonden naast vier giftig glimmende spellen zeven stijlvol gevormde formaties van semi-ivoor. Er bleven vier onregelmatige spellen over, maar zonder overtolligheid of manco’s, dus gewoon bruikbaar. En dan dat zestiende spel, amusant om te zien.

Wit is op een pion na compleet, de zwarte voorgift is gigantisch. Ik kan maar één verklaring bedenken: Weggerolde witte stukken zie je in het donker onder een bank of lage kast veel eerder dan zwarte. Van dat weinige overige is de zwarte koning zonder kruis op zijn kroon onvoldoende herkenbaar voor de partijpraktijk.

Een pion is onthoofd door een leerling. De naam is mij verteld, vergat die en nu maal ik er niet meer om. Wat maakt het uit, vijf of zes pionnen vermist?





Bij wit is voor de enige onvolledigheid een adoptiepion bijgezet. Losstaand best mooi met die houtnerven, hier nogal dikdoenerig. Een koekoeksjong. U weet, koekoeken leggen eieren in nesten van kleinere vogels, maar de pleegouders zien dat niet en broeden het uit. Uiteindelijk drukt het koekoeksjong de andere kuikens uit het nest.

Ik ben liefhebber van snel ontregelend activeren (ook wel eens voor mezelf) van de f-pion, dus dat king-size model had ik op f2 moeten fotograferen..


Gerard Bons

stap terug
terug