Tijdens de voorlaatste schoolschaakdag in Nijbroek was het zo warm, dat ik de kids buiten liet schaken.

Schaken als een decadente Romeinse senator, maar hij kon het zich permitteren, won als veruit beste van de klas omdat hij thuis al had leren schaken.

Ze hadden lol in de speeltuin, maar de kwaliteit van het spel was de laatste twee maanden niet veel soeps. Allen van groep 7 en 8 deden vrijwillig verplicht mee, want een vervelende bonus rekenles was het alternatief. De helft had nog wel zin, de rest liet zich leiden door steeds heftiger opspelende hormonen.

Een klimrek als tribune. Leuker om daarop te zitten dan om zelf te schaken.

Joh, elf en twaalf jaar is veeeeeeel te oud voor stap 1. Hadden Rien en ik meteen moeten roepen toen we in september kennis maakten met de directeur, die vlak voor zijn afscheid vernieuwend een denksport als ‘leergang’ wilde introduceren. Het is me zowaar nog gelukt drie maanden voldoende aandacht vast te houden. In een speellokaal waar voortdurend speeltjes bij de hand waren. Je zou het nog een geinige tegenpool van het doorsnee-schaaklokaal in een dorpshuis kunnen noemen, maar irritant als kids steeds vaker een knuffel of zogeheten stress-dobbelsteen ter hand nemen als ik bij anderen op het bord kijk.

Niet het hele jaar, hoor, maar eerst de laatste plaatjes van een lollige middag.

Geen echte schaakrust in een schommel, maar zo werd tenminste nog geschaakt.

Zo was het niet het hele schooljaar, dan was ik eerder gestopt. Achteraf hoef ik niet ontevreden te zijn over de lessen tot de kerst, toen Rien en ik nog een plezierig toernooitje organiseerden.

De schaaklessen hadden nog een aspect dat tot het einde wel lollig bleef, kom ik misschien een andere keer op terug.

En voorts onderschrijf ik de verzuchting van Jorik over ‘de stilte in het digitale clubblad’.


Gerard Bons

stap terug
terug