De meest geŽngageerde bokser ooit is niet meer onder ons.

Het overlijden van Cassius Clay/Mohammed Ali brengt me in herinnering hoe ik in de laatste schaakles in Nijbroek eindelijk twee minuten volle aandacht kreeg. Tijdens het slottoernooitje vertelde ik over wereldkampioenen en Nederlandse prominenten.

Van Max Euwe had ik een boeiende foto gevonden, dus niet die hierboven. Ze staan in een krantenartikel.

Zelfs in dit breed informerende verhaal is de in zichzelf gekeerde traditie van onze sport herkenbaar. Eerst driemaal schakende meneren, waarvan alle schaakpublicaties wemelen, als vierde de onthulling. Toch mooi dat die ook aan bod kwam.

Na deze foto was de rest niet meer interessant voor de klas. Met de diavoorstelling op het digitale schoolbord sjeesde ik in nogmaals twee munten langs Fisher, Kasparov, Timman, Carlsen en Giri.

Max Euwe bereidde zijn WK-match van 1935 dus voor met bokstrainingen. Tot zijn zestiende voetbalde hij meer dan dat hij schaakte, leerde ik uit het artikel. Die krachtige passen en snelle uithalen naar een boksbal leidden tot een mooie fysieke algemene ontwikkeling. Dat Euwe dat in praktijk bracht, is inspirerend. Wel met een mits. ,,Bokstrainingen waren voor mij een mooie combinatie van snelheid en kracht, maar ik heb uiteraard nooit een wedstrijd gebokst,íí vertelde een arts me.

Ook zwemmen en tennissen stonden op het repertoire van Euwe om in 1935 de conditie achter het bord te optimaliseren. Hij was ook als vernieuwer de veelzijdigste. Werd een vroege digitale professor, leverde na de dood van Aljechin zijn wereldtitel in voor eerlijker WK-cycli, was het laatste wervende en onomstreden boegbeeld onder de Fifa-boboís. Terecht is een mooi naoorlogs plein naar hem vernoemd

Ik was er nog nooit geweest en Google verraste met een echte zuilengalerij. Op het Max Euwe Plein, als een mini-Sint-Pietersplein. Zocht ik allemaal op voor die kids. Zo leerde ik dus ook wat van de schaaklessen.

Terug naar de essentie: Pas na vijftig jaar serieuze aandacht voor de 64 velden vernam ik dat de allergrootste onder ons een allround sportman was. Met een merkwaardige activiteit voor wie alle grijze cellen nodig heeft.

Die onbekendheid bij mij maar ook anderen, daar twijfel ik niet aan, zegt veel over de cultuur van onze denksport:

Wij zijn navelstaarders!

Ik weet dat enkelen onder ons tennissen en/of fietsen, ook wel voetbalden. Maar dat wordt aan de bar als bijkomstigheid verhaald. Pas jaren na onze eerste partij vertelde een clubgenoot mij dat hij drie (!!!) Elfstedenkruisjes (!!!) heeft. Hoorde ik niet eens in Twello, maar toen we elkaar in de laatste schaatswinter heel toevallig ontmoetten op het ijs van de Beulakerwijde, nabij Giethoorn.

En hij vertelt zo graag! Niet over zijn interessantste prestatie dus.

Dat spelen van het zogenaamde koninklijke spel weerhoudt ons schijnbaar van meer dan oppervlakkige conversatie over fysieke sport. Ach, over PSV en Kowet wordt wel eens iets gemompeld, maar wat gaat dat ons aan? Die politieke discussies aan de Taverne-bar wil ik niet veronachtzamen, maar aandacht voor onze fysieke ontwikkeling kan meer opleveren. Kan ook in terugblikken, als de ledematen niet meer zo willen.


Gerard Bons

stap terug
terug