Een geintje natuurlijk, toch slikte ik toen een clubgenoot berekende dat ik nog geen uur had gespeeld om snelschaakkampioen 2017 te worden. Kan ik het helpen dat traditioneel in een enkele avond om de Jan Dijkhuisbokaal wordt gespeeld? Als het aan mij ligt volgend jaar niet meer.

Ooit krijgt snelschaken wereldwijd meer aandacht dan de reguliere toernooipraktijk. Twaalf vluggers op een modale clubavond wordt usance, anders verdringt bridge onze denksport. De bridgebond heeft al vijf keer zoveel leden dan de schaakbond, gelukkig hebben de media dat nog niet ontdekt. Een oorzaak van de groeiende bridge-populariteit is het plezierige stramien van een serie potjes van luttele minuten, daartussen kun je analyseren of gewoon keuvelen met een normaal volume. Snelschaken heeft ook dat ritme, de gewone partijen niet. Voor de buitenstaander zo steriel, twee tot vier uur peinzen, niet sexy. Wat rondlopen en praten, maar gedempt, inhoudelijke conversatie streng verboden.

Toch, blijft dit voor mij(n generatie) leuk als de eerste zetten zijn gedaan. Anderzijds, je wint niet altijd, bij snelschaak altijd wel een keertje.

Rapidschaken is mij een plicht. De liefhebber van ‘avondvullend’ wordt al zenuwachtig van ‘slechts’ 25 minuten, wie zo nu en dan snelschaakt vindt die tijd slaapverwekkend. Vlees noch vis. Daarom ben ik niet blij met de extra ronden Tavernebeker. 4x3 vond ik al veel en dan zijn er nog honderd toernooien met dit tempo, ons Peter Verburgtoernooi niet in de laatste plaats.

Daarom bepleit ik meer snelschaken. Drie avonden strijd om de Jan Dijkhuisbokaal, 3 x 12 partijen, het slechtste resultaat vervalt, wie een keer verzuimt moet twee keer het allerbeste geven om de hoogste score uit 24 potten te halen. Wie andere mogelijkheden bedenkt mag het 28 februari in de ledenvergadering of eerder zeggen.

Dit voorstel is heel aardig van mij. Zo word ik nooit meer snelschaak-clubkampioen. Laatste keer was te danken aan een superswingende schaakbui en collectief gelummel van de concurrentie. Op 3 januari heerste nog een beetje de feestdagenstemming (laten we het gezellig houden op die eerste clubavond van het jaar), sympathiek dat iedereen daar in bleef hangen. Ook dank aan de planner.

Dat herhaalt zich (nagenoeg zeker) nooit meer in drie schaakavonden. Dan geldt de wet van de grote getallen. Een titel over meer schaakavonden lijkt mij prikkelender, je gaat er voor zitten om een topstart te consolideren, of je gaat hard werken in een inhaalrace.




Dit is een maandelijkse clubbladcolumn, die frequenter kan worden bij een goede aanleiding, maar niet vaker dan 1x per week.

In zijn eerste schaakleven was de schrijver van 1978 tot 1986 redacteur en columnist van Groothoofdstuk, clubblad van de Dordtse SC Groothoofd. De club werd vernoemd naar een monumentale kade in Dordrecht. In de hoop dat ze prikkelt is buitenissige naam van kaai en club hier hergebruikt.

stap terug
terug