Niet overal foutloos, de partij Gerard Bons-Fred Rienstra (Doesburg) in de bondscompetitie. Wel vermakelijk, een stelling vroeg in het middenspel durf ik zelfs een edelsteen te noemen. Inleiding:




Mijn intuïtie adviseerde me 12 Pd1. Vindt Fritz ook een beter idee, met het voordeeltje dat zwart niet kan rokeren (half plusje). In plaats daarvan verkoos ik een link avontuur.

12 Pa4?? Da5

Direct stuk- of torenverlies. Ik hield hoop omdat ik een damevangst zag schemeren… zonder benul van de dreigende represailles.

13 b3


13 ...... Lc3 (??)

Dat was schrikken. Ik zag ook niet dat 14 Pxc3 Dxc5 nu een simpele oplossing is, maar uiteindelijk was het zwart die volledig uitgleed. Met uitstel van die penning had hij een volle toren gewonnen: 13 …. Lxa1. De dreigende penning blijft dodelijk omdat na bijv. 14 0-0 Lc3 15 Dwillekeurig de zwarte dame naar d8 kan ontsnappen

14 Lb6








Al verdienen beide spelers geen correctheidsprijs, ik vind dit schaakschoonheid. Dames wederzijds gevangen. In één zet. Nog in materiële gelijkwaardigheid ook, beide verliezen haar en een licht stuk. Ik had veel tijd gespendeerd, o.a. om te controleren dat die vijfde rij volledig door lopers en pionnen werd beheerst. Daardoor zag ik simpelheden als Lxa1 en Lc3 over het hoofd. Gelukkig miste mijn opponent waarschijnlijk de eigen opsluiting, ging daarom voor de dame in plaats van de toren.

14 ….. Lxd2
15 Kxd2 Dxa4
16 bxa4 a5
17 Lc5

Fritz geeft wit hier nog steeds een halfje plus. Het loperpaar zal belangrijker blijken dan de versplinterde pionnenstelling. Zelfs na een eendimensionale blunder in de later versimpelde pot. Beschrijf ik volgende week.

Kan iemand in een publicatie (internet of anderszins) iets vergelijkbaars aanwijzen? Binnen één zet uiteraard, met nagenoeg gelijke afwikkeling. Ach, al bestaan er tientallen, blijft op modaal clubniveau een alleraardigste ervaring.







Dit is een maandelijkse clubbladcolumn, die frequenter kan worden bij een goede aanleiding, maar niet vaker dan 1x per week.

In zijn eerste schaakleven was de schrijver van 1978 tot 1986 redacteur en columnist van Groothoofdstuk, clubblad van de Dordtse SC Groothoofd. De club werd vernoemd naar een monumentale kade in Dordrecht. In de hoop dat ze prikkelt is buitenissige naam van kaai en club hier hergebruikt.

stap terug
terug