Vier vragen aan een jonge clubschaker

seizoen 1998/1999 nr. 2
stap terug
Vraag: Wat zijn je indrukken van de medeschakers en je eigen prestaties?
Antwoord: De sfeer van de Twellose Schaakclub vind ik erg gemoedelijk. Ook al bereik ik lang niet het schaakniveau van clubgenoten, je krijgt toch het gevoel dat je erbij hoort. Mensen die na afloop zeggen: "Wat heb jij gedaan?" stel ik zeer op prijs, ook al zeg ik in 99% van de gevallen dat ik heb verloren. Het niveau ligt beduidend hoger dan ik had gedacht. Ik wist wel dat ik niet elke wedstrijd zou gaan winnen. Maar ik had gedacht dat ik toch wel een hogere plaats zou krijgen dan ik nu heb. Maar ik denk dat ik van tevoren ook meer van mezelf verwacht had. Dus mijn niveau moet ook nog opgekrikt worden.

Vraag: Welke fouten aan het bord maak je het meest?
Antwoord: Wanneer ik voor sta, dan word ik overmoedig. Ik ga domme dingen doen en ik verlies de wedstrijd. Ook zet ik te snel. Ik ben te overtuigd van die ene zet. Maar als je hem gedaan hebt, dan zie dat het helemaal verkeerd is. Het is dan vaak ook niet meer te redden.


naam: Rogier Weyn
woonplaats: Twello
leeftijd: 18 jaar
opleiding: technische informatica op
de ROC de Amerlanden te Amersfoort

Vraag: Wie is jouw grote voorbeeld bij de club?
Antwoord: Ik denk P. Rusch, niet alleen door de manier waarop hij schaakt, maar ook vanwege de manier van lesgeven. Met zoveel overtuiging en rust. Daar heb ik echt respect voor. Hij is het gezicht van de club.

Vraag: Hoe zit het met de groei van je spelniveau?
Antwoord: Mijn interesse voor schaken raakte ik kwijt doordat ik, toen ik mijn derde stap diploma had gehaald, een jaar moest wachten voordat ik aan de vierde stap kon beginnen. Thuis heb ik namelijk geen tegenstander om tegen te oefenen. Dus wanneer je dan een jaar niks meer aan schaken doet, ben je dat niveau helemaal kwijt. En dan hoef je ook niet meer aan de vierde stap te beginnen. En ook doordat ik op de basisschool veel vrienden had waar je tussen of na de les een partij mee kon schaken. Maar na de basisschool gingen we allemaal naar een andere school en dan houdt het op.


Rogier's grote voorbeeld:
scheidend voorzitter Piet Rusch