Spiegelbeeldschaken 2

Spiegeltje spiegeltje aan de wand, welk schaakstuk moet er aan de kant. In het vorige artikel hebben wij het al gehad over het spiegelbeeldschaken. De partij die toen is behandeld stond o.a in een boek geschreven door H.Bouwmeester en in een boek Tactiek en techniek der stukken door Jules Wellink.Beiden hebben tientallen boeken over het schaken geschreven. Nog even de partij uit het vorige artikel:

 
Italiaanse opening
1. e2-e4; e7-e5
2. Pg1-f3; Pb8-c6
3. Lf1-c4; Lf8-c5
4. Pb1-c3; Pg8-f6
5. d2-d3; d7-d6
6. 0-0; 0-0
7. Lc1-g5; Lc8-g4
8. Pc3-d5; Pc6-d4
en de stand is gelijk met een spiegelbeeld (zie diagram).

9. De1-d2; (en zwart antwoordde de vorige keer met Lxf3).
Jules Welling noemde de witte zet, een donderslag bij heldere hemel. Maar als zwart nu op de 9e zet eens niet Lxf3 speelt, maar
9. .....; Pd4xf3
Wit moet wel
10. g2xf3 spelen, want anders valt zijn dame.
10. .....; Lg4xf3
11. Lg5xf6; g7xf6
12. Dd2-h6; Kg8-h8
13. Pd5xf6; Tf8-g8+
14. Pf6xg8; Dd8xg8+
15. Dh6-g5; Dg8xg5 en wit staat mat.

De 13e zet kan ook omgekeerd namelijk:
13. Dd8xf6; Dh6xf6
14. Pd5xf6; Tf8-g8+
15. Pf6xg8; Ta8xg8 en het is ook schaakmat.

Zwart is de schoonste van het land.
Hans Böhm zei eens: met opgeven heeft nog niemand een partij gewonnen.