Schaaksprookje

Er was eens een tijd dat er nog geen schaakcomputers waren. Toen bestond er nog correspondentieschaak. Je schreef een briefkaart met jouw zet en na een tijdje kreeg je een kaart terug met de zet van je tegenstander. Je had dan ruim de tijd om de zet te overdenken en een kaart met de volgende zet te versturen.

Tegenwoordig kun je met een computerprogramma de juiste zet invullen, dus de aardigheid is er af. Als je wel een week of langer over een zet kunt nadenken dan zal zon partij wel lang duren, of niet?

In een correspondentie partij tussen Magee en Aker in 1981 net voor het computer tijdperk speelden ze de volgende koningsgambiet wedstrijd:

1. e4; e5
2. f4; Lc5
3. Pf3; d6
4. Pc3; Pf6
5. Lc4; Pc6
6. d3; Pg4
7. Pg5; 0-0
8. f5; Pf6
9. Pd5; h6
10. Pxf6; Dxf6
11. h4; Pa5
12. Ph7; Kxh7
13. Lg5 en dat kost zwart de dame

Het is jammer dat het sprookje van het correspondentieschaak niet meer bestaat, maar het scheelt je in ieder geval wel veel postzegels.