Onderstaand artikel verscheen op 3 december 2010 in De Stentor en is geschreven door Gerard Potijk. De foto is van Ronny te Wechel.

Schaken is afmattend en dus topsport.

Toen Max Euwe wereldkampioen werd, schoten in Nederland de schaakclubs uit de grond, ook in Twello. Dezer dagen viert de club haar 75-jarig bestaan.

Vlak voor een spannende wedstrijd kan het gebeuren dat Rien van Hattum een glas water niet meer kan vasthouden zonder te morsen. Een sjekkie draaien gaat ook niet meer. "Mijn handen trillen soms zo dat ik moeite heb de eerste zet te doen."

Van Hattum wil ermee aangeven dat schaken - daar hebben we het over - zo spannend kan zijn dat het zijn weerslag heeft op het lichaam. "Als je aan het bord zit, en het gaat om winnen of verliezen dan kan het hart tekeer gaan alsof je de Mont Ventoux beklimt." De fysieke inspanning van een schaker komt aan bod in het gesprek met Van Hattum over de Twellose Schaakclub waar hij voorzitter van is. De club werd 8 december 1935 opgericht en viert deze dagen zijn 75-jarig bestaan.

Volgens secretaris Henk Casteel is Twello niet de enige club met zo'n mijlpaal. "In 1935 werd Max Euwe wereldkampioen. Schaken werd ineens populair en overal werden schaakclubs opgericht." De nieuwe schakers die zich meldden, waren destijds vooral jongens, weet Van Hattum. "Het was ook een sport voor notabelen. Dat is nu niet meer. Op schaakclubs kom je glazenwassers tegen en medisch specialisten. Ook steeds meer vrouwen trouwens."

De Twellose Schaakclub telt 25 leden en dat is weinig vergeleken met vroeger. Ook het aantal jeugdleden houdt niet over, terwijl de vereniging ooit bekend stond vanwege het grote aantal jeugdleden. Casteel: "We trokken zelfs jongeren uit Deventer en Apeldoorn vanwege onze activiteiten voor de jeugd. We gaven op scholen schaakles en die lessen werden goed bezocht. Maar aanwas van onderop is er niet meer en dan ga je in leden achteruit." Van Hattum heeft er wel een verklaring voor. "Schaken is niet stoer, daar scoor je als jongen niet mee bij de meisjes. Jongeren houden nog wel van spelletjes en die hebben ze in allerlei varianten op de computer."

Casteel werd 'gegrepen' door de denksport tijdens de legendarische wk-match tussen de Amerikaan Fischer en de Rus Spassky in 1972. "Dat was een wereldgebeurtenis, iedereen leefde mee. Toen ben ik ook gaan schaken. Daarna even terug naar het voetballen, maar nu alweer jaren lid van de schaakclub."

Om goed te kunnen schaken is volgens beide heren ruimtelijk inzicht nodig ('je moet het zien zonder er te veel over te moeten nadenken') en voldoende energie. "Je bent uren geconcentreerd bezig en dat is afmattend. Die concentratie is nodig om in een soort trance te raken. Dat is heerlijk. Als dát lukt, speel je de beste wedstrijden."


Rien van Hattum (links) en Henk Casteel spelen tegen elkaar op de wekelijkse schaakavond
van de Twellose Schaakclub bij Taverne.